Wandelroute Breuken en Beken

Wandelroute Breuken en BekenWandelroute Breuken en Beken

Lengte: 8 km, ca. 2 uur

Startpunt: Natuurcentrum De Maashorst Uden,
Eenakkerstraat 5, 5388 SZ Nistelrode.

Openbaar vervoer: het startpunt is niet goed
bereikbaar via openbaar vervoer.

1. Horst en slenk
De aarde is altijd in beweging. 
Door schuivingen en wrijvingen diep binnenin de aarde worden gedeeltes van de aardkost omhoog geduwd of zakken ze weg, hierdoor ontstaan er scheuren en breuken in de aardkorst.
Een omhooggeduwd stuk land wordt een horst genoemd en een weggezakt deel wordt een slenk genoemd.
de Maashorst Uden heeft zijn naam te danken aan de rivieren die hier een lange tijd geleden stroomde en het gebied genaamd de Peelhorst waar het gebied op gelegen is.

2. Zand, grind en keien
Aangevoerd door De Maas kwamen grote hoeveelheden zand, grind en keien naar de Maashorst Uden.
Op minder druk begroeide plaatsen zijn deze stenen nog volop te vinden.
Deze stenen zijn te herkennen aan een gladde en ronde structuur omdat ze geslepen zijn door het rivierwater.
Van sommige stenen in de Maashorst Uden is zelfs bekend waar ze vandaan komen, uit dit onderzoek blijkt dat deze stenen afkomstig zijn uit 'Congolmeraat van Burnot', een gebied in België waar De Maas nog steeds stroomt.

3. Breuklijn
Op de plaats waar u nu staat, is de breuklijn in
het landschap te zien. Kijk maar eens over het
paaltje naar links in de verte. Daar ziet u een
boerderij, waar alleen het dak van te zien is. Deze
boerderij staat op de breuk.

4. Leem
U ziet hier een langgerekte verlaging in het
landschap. Waarschijnlijk is het een oude
stroomgeul van de Maas. Hier hebben bewoners
van het gebied lang geleden leem weggehaald.
Leem is een kleiachtige substantie, waar water
moeizaam in wegzakt. Hierdoor is het ideaal voor
het bouwen van huizen. Gedurende duizenden
jaren is er door de Maas grind en zand, maar ook
leem in het gebied afgezet. Hierdoor is de bodem
honderden meters omhoog gekomen.

5. Stenen
Als er in de late herfst, de winter en het vroege
voorjaar weinig begroeiing is op het stuk grond
aan de rechterkant van de weg, zult u veel stenen

zien liggen. Deze stenen zijn door grondbewerkingen,
zoals ploegen, aan de oppervlakte
gekomen.

6. Grote Wetering
Als u hier even midden op de straat gaat staan en
de weg afkijkt, ziet u deze eerst dalen en
verderop in de verte weer omhoog gaan. Daar
kruist het beekdal van de Grote Wetering de weg.
De Grote Wetering loopt van oost naar west door
het gebied. Het beekdal is in de laatste ijstijd
ontstaan. De bodem was keihard bevroren. Toen
aan het eind van de ijstijd de temperatuur ging
stijgen, ontdooide de bovenste laag, terwijl de
ondergrond nog lange tijd bevroren bleef. De laag
blubber zakte van de horst de helling af naar de
slenk beneden. Daardoor ontstond een ondiep,
maar wel bijzonder breed beekdal.

 

7. Klotven
Het gebied achter dit paaltje heet het Klotven.
Klot is het Brabantse woord voor turf of veen. Het
Klotven is hooggelegen en erg nat, een
merkwaardige situatie. De verklaring hiervoor is
als volgt: ook in deze omgeving loopt een
breuklijn. Aan de hoge kant van de breuklijn
bestaat de bodem uit grind en grof zand. Het
grondwater stroomt hier makkelijk doorheen. Het
water komt dan in het fijne zand waarmee de
slenk in de loop van duizenden jaren opgevuld is,
waar het moeilijk doorheen kan en wordt weer
naar boven gestuwd. Hierdoor wordt het
hooggelegen gebied nat. Dit wordt het wijst
verschijnsel genoemd.

8. Horst
Als u achterom kijkt naar de weg waar u net
gelopen hebt, kunt u duidelijk zien dat u van de
hooggelegen horst de lagergelegen slenk in
gelopen bent. En de weg daalt verder: het
hoogteverschil is hier ruim 4 meter. Nog steeds
gaat de horst omhoog: gemiddeld een halve
millimeter per jaar. Deze beweging gaat niet
geleidelijk, maar altijd schoksgewijs en voelbaar
als een aardbeving. In 1918, 1961, 1972,
1981,1982 en 1999 zijn lichte aardschokken
voelbaar geweest; in 1932 en 1992 deden zich
bevingen voor met een kracht van ruim 5 op de
schaal van Richter. Het hoogteverschil tussen de
horst en de slenk is in werkelijkheid veel groter
dan nu zichtbaar is: wel 20 meter.

9. Beemden
We staan hier aan de rand van het beekdal van de
Grote Wetering. Ongeveer vanaf 700 jaar na Chr.
ontstonden in deze omgeving de eerste
akkerdorpen. Een akkerdorp werd gesticht op een
hoger gelegen gebied bij een waterloop. Hier kon
men akkers aanleggen en had men altijd water bij
de hand. De natte graslanden in het beekdal, de
beemden, grenzend aan de akkers, leverden hooi.
Beemden waren omgeven door hakhoutwallen.
Op deze plaats heeft Staatsbosbeheer de hakhoutwallen
weer in ere hersteld.

10. Poel
Rechts van de weg kunt u over de ketting stappen
en de kronkelende loop een stukje volgen. U
komt dan ook bij een poel. Verderop vindt u een
stuw, die de grondwaterstand kan regelen. Als u
aan de andere kant van de poel een eindje
terugloopt, komt u bij een tweede poel. Tenslotte
loopt u terug naar de weg, waar u de route kunt
vervolgen

Wandelroute Breuken en Beken